Wie in Nederland zijn huishoudboekje niet op orde heeft krijgt vroeg of laat de rekening gepresenteerd. Je kunt niet jarenlang meer uitgeven dan er binnenkomt en vervolgens doen alsof er niets aan de hand is. Een gezin moet bezuinigen, een ondernemer moet keuzes maken en een burger die iedere maand tekortkomt zal zijn uitgaven moeten aanpassen. Alleen voor de overheid lijkt een andere werkelijkheid te bestaan. Daar wordt een tekort niet automatisch gevolgd door minder uitgeven maar door de vraag waar nóg meer geld vandaan gehaald kan worden en uiteindelijk komt men dan weer uit bij dezelfde persoon, de belastingbetaler.
De bedragen zijn inmiddels bijna niet meer te bevatten. Volgens het CBS ontving de overheid in 2025 ruim 510 miljard euro waarvan 460,5 miljard euro uit belastingen en sociale premies. Toch was ook dat niet voldoende om alle uitgaven te betalen en eindigde het jaar opnieuw met een tekort. De overheidsschuld steeg naar 524 miljard euro. Dan mag je als belastingbetaler toch een simpele vraag stellen. Hoeveel geld heeft Den Haag eigenlijk nodig voordat het een keer genoeg is. In 2021 kwam er nog 349,3 miljard euro binnen aan belastingen en sociale premies en vier jaar later was dat al 460,5 miljard euro. Natuurlijk zijn de economie, lonen en prijzen in die periode gegroeid en dus kun je die bedragen niet één op één vergelijken maar de geldstroom richting overheid is gigantisch en tóch blijft Den Haag geld tekortkomen.
Ondertussen wordt van burgers voortdurend financiële verantwoordelijkheid verlangd terwijl de overheid zelf blijft groeien. In 2025 telde de Rijksoverheid ruim 160.000 voltijdsbanen en dat waren er opnieuw meer dan een jaar eerder. Ook de externe inhuur bleef met 13,1 procent boven de politieke norm van 10 procent. Dat betekent niet dat ambtenaren geen belangrijk werk doen of dat iedere externe adviseur overbodig is maar het laat wel zien hoe moeilijk Den Haag het vindt om zichzelf daadwerkelijk kleiner te maken. Er wordt al jaren gesproken over een compacte en efficiënte overheid maar aan het einde van de rit zijn er toch weer meer mensen nodig, meer beleid, meer uitvoering, meer controle en uiteindelijk meer geld.
Daar zit voor mij de werkelijke ergernis. Niet in het betalen van belasting op zichzelf want een land zonder belasting kan niet functioneren. We willen politie, defensie, wegen, onderwijs, zorg en een sociaal vangnet en dat moet allemaal betaald worden. Maar belastinggeld is geen gratis geld en ook geen bezit van Den Haag. Iedere euro die de overheid uitgeeft is eerst ergens verdiend door een werknemer, ondernemer of bedrijf. Juist daarom zou de overheid uiterst zorgvuldig met dat geld moeten omgaan. Toch lijkt de reflex steeds vaker precies andersom. Is er ergens een financieel probleem dan wordt er gezocht naar dekking, een nieuwe heffing, een hogere bijdrage, minder aftrek of simpelweg meer schuld. Een gewone Nederlander kan zijn buurman niet verplichten zijn tekorten aan te vullen maar de overheid kan haar inkomsten wel verhogen door meer bij haar burgers op te halen.
Daarom noem ik de overheid de grootste steuntrekker van Nederland. Niet letterlijk want belasting betalen is natuurlijk geen bijstandsuitkering en democratisch vastgestelde belasting is geen diefstal. Het gaat om het principe. De overheid kan alleen bestaan dankzij de voortdurende financiële bijdrage van miljoenen Nederlanders en duizenden bedrijven. Zelfs wanneer die bijdrage honderden miljarden per jaar bedraagt blijkt het nog niet genoeg. Wat vandaag niet via belastingen wordt betaald kan bovendien worden geleend en ook die rekening verdwijnt niet. Die komt uiteindelijk bij toekomstige belastingbetalers terecht.
Misschien moeten we daarom eens ophouden met automatisch de vraag te stellen hoeveel geld de overheid nog nodig heeft en beginnen met de vraag wat zij met al het geld doet dat zij al krijgt. Welke taken zijn werkelijk noodzakelijk, welke regelingen werken niet, welk beleid kan verdwijnen, waarom blijven organisaties groeien en waarom worden politieke normen over bijvoorbeeld externe inhuur jarenlang overschreden. Een burger die geld tekortkomt krijgt geen blanco cheque en een ondernemer kan zijn klanten ook niet onbeperkt meer laten betalen omdat hij weigert zijn eigen kosten onder controle te krijgen. Van de overheid mogen we minstens dezelfde discipline verwachten.
De belastingbetaler hoeft zich wat mij betreft dan ook niet voortdurend te verdedigen omdat hij meer van zijn eigen verdiende geld wil houden. De bewijslast hoort andersom te liggen. Den Haag moet uitleggen waarom het steeds meer nodig heeft en vooral wat de Nederlander daarvoor terugkrijgt. Want wanneer ruim 460 miljard euro aan belastingen en sociale premies nog steeds niet voldoende is om de rekening te betalen dan is de belangrijkste vraag niet waar de volgende miljarden vandaan moeten komen.
De belangrijkste vraag is wanneer de grootste steuntrekker van Nederland eindelijk eens kritisch naar zijn eigen uitgaven gaat kijken.
Ties van Fenne

Geef een reactie