De politie heeft een nieuw handelingskader voor religieuze bijeenkomsten. Vanaf 1 januari 2027 organiseert het korps zelf geen bijeenkomsten met een religieus karakter meer voor mensen buiten de organisatie. Agenten mogen nog wel naar bijeenkomsten die anderen organiseren, maar ze mogen daar geen religieuze rituelen uitvoeren. Dat geldt in uniform én in burger. De aanleiding is een discussie over neutraliteit, en die discussie heeft inmiddels geleid tot een onderscheid dat vooral duidelijk wordt wanneer je je een buurtagent voorstelt met een uitnodiging in zijn hand. Heeft de moskee hem uitgenodigd? Dan kan hij komen. Heeft de politie zelf de uitnodigingen voor een iftar verstuurd? Dan past dat straks niet meer binnen de nieuwe lijn. Het verschil zit dus niet in het eten, maar in wie de tafel heeft gedekt.

Wie daar even om glimlacht, moet tegelijk erkennen dat het om een serieuze kwestie gaat. De politie beschikt over bijzondere bevoegdheden. Agenten kunnen mensen aanhouden, geweld gebruiken wanneer dat wettelijk is toegestaan en optreden bij conflicten tussen burgers. Daarbij moet iedereen erop kunnen vertrouwen dat persoonlijke overtuigingen geen rol spelen bij het toepassen van de wet. De politie hoort niet christelijk, islamitisch, joods, hindoeïstisch of atheïstisch op te treden. Zij hoort als politie op te treden. Alleen blijkt het begrip neutraliteit in de dagelijkse praktijk niet altijd zo eenvoudig als het op papier klinkt.

Neem de buurtagent die geregeld contact onderhoudt met een moskee. Dat kan nuttig zijn om signalen op te vangen, spanningen te bespreken en vertrouwen op te bouwen. Hetzelfde geldt voor een bezoek aan een kerk, een synagoge of een andere gemeenschap. Een agent wordt niet automatisch aanhanger van een geloof doordat hij een gebouw bezoekt. Maar wanneer het korps zelf een religieuze viering organiseert, ontstaat een andere situatie. Dan kan de indruk worden gewekt dat de politieorganisatie zich met een bepaalde overtuiging verbindt. Korpschef Janny Knol noemt contact met de samenleving belangrijk, maar wil volgens de toelichting voorkomen dat de religieuze overtuiging van een bijeenkomst als onderdeel van de politie wordt gezien.

Daarmee ontstaat een interessant onderscheid tussen afstand en onafhankelijkheid. Een overheid kan proberen neutraal te zijn door zich zo veel mogelijk buiten religieuze activiteiten te houden. Maar een overheid kan ook onafhankelijk blijven terwijl zij met uiteenlopende gemeenschappen contact onderhoudt. In een land met verschillende geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen kunnen beide benaderingen verschillende gevolgen hebben. Wie overal vandaan blijft, wekt misschien minder snel de indruk partij te kiezen, maar mist mogelijk ook waardevol contact. Wie overal verschijnt, moet kunnen uitleggen wat hij daar precies doet. De nieuwe politieregel probeert die twee belangen te combineren: niet zelf religieuze bijeenkomsten organiseren, wel aanwezig kunnen zijn bij bijeenkomsten van anderen.

Dat klinkt overzichtelijk, totdat de werkelijkheid zich meldt. Want wat doe je met een evenement dat tegelijk religieus, cultureel en maatschappelijk is? Hoe ga je om met een buurtbijeenkomst waarbij een gebed onderdeel vormt van een breder programma? En wanneer is aanwezigheid professioneel contact, terwijl diezelfde aanwezigheid voor andere bezoekers kan lijken op officiële steun? Op zulke vragen geeft een landelijke richtlijn richting, maar niet voor iedere denkbare situatie een pasklaar antwoord. Daarvoor zijn gemeenschappen te verschillend en de omstandigheden te uiteenlopend. De politie zal haar keuzes dus ook in de praktijk moeten blijven uitleggen.

Er schuilt nog een merkwaardigheid in de publieke discussie. We verlangen dat agenten midden in de samenleving staan, dat zij hun wijk kennen en dat zij contact hebben met groepen die de overheid niet vanzelfsprekend vertrouwen. Tegelijkertijd kan diezelfde nabijheid onderwerp van debat worden zodra het om religieuze activiteiten gaat. Dan blijkt hoe ingewikkeld het is om een instituut tegelijk toegankelijk en zichtbaar onafhankelijk te laten zijn. Het uniform vertegenwoordigt immers meer dan de persoon die het draagt. Ook wanneer een agent zelf helemaal geen religieuze bedoeling heeft, kan zijn aanwezigheid namens het korps betekenis krijgen.

De nieuwe regeling maakt van de politie overigens geen religievrije organisatie. Interne religieuze bijeenkomsten voor politiemedewerkers kunnen doorgaan. Het gaat vooral om de publieke rol van het korps en om het onderscheid tussen gastheer zijn en als gast aanwezig zijn. Dat verschil is juridisch en organisatorisch te begrijpen, al zal het buiten Den Haag soms nog enige uitleg vragen.

De buurtagent kan dus blijven aanschuiven. Hij moet alleen opletten dat hij niet per ongeluk zelf de uitnodigingen heeft verstuurd.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *