Het boek De rekening van Nederland van Ties van Fenne onderzoekt waarom veel Nederlanders het gevoel hebben dat werken en meer verdienen steeds minder opleveren. De centrale vraag is niet hoeveel iemand bruto verdient, maar hoeveel een huishouden uiteindelijk werkelijk overhoudt nadat belastingen, vaste lasten en noodzakelijke uitgaven zijn betaald. Een goed salaris betekent volgens het boek namelijk niet automatisch dat iemand veel financiële ruimte heeft.
Een belangrijk thema is het verschil tussen bruto inkomen, netto inkomen en het bedrag dat daadwerkelijk vrij besteedbaar blijft. Wanneer iemand meer gaat werken of een loonsverhoging krijgt, gaat een deel van het extra inkomen naar belasting. Tegelijkertijd kunnen toeslagen lager worden. Meer werken kan bovendien extra kosten veroorzaken, bijvoorbeeld voor kinderopvang, vervoer, parkeren of een tweede auto. Daardoor kan een forse stijging van het brutoloon uiteindelijk maar een beperkte verbetering van de maandelijkse financiële ruimte opleveren.
Het boek kijkt daarom niet alleen naar belastingen en toeslagen, maar naar de volledige huishoudrekening. Wonen speelt daarbij een grote rol. Huur of hypotheek is voor veel huishoudens de grootste vaste kostenpost. Daarnaast worden energie, boodschappen, zorg, gemeentelijke lasten, verzekeringen en vervoer besproken. Gezinnen met kinderen krijgen bovendien te maken met kinderopvang, schoolkosten, sport en andere uitgaven. Al deze kosten komen uiteindelijk op dezelfde bankrekening terecht, ook al worden ze in het beleid als afzonderlijke onderwerpen behandeld.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de middenklasse. Deze groep verdient vaak te veel om voor veel ondersteuning in aanmerking te komen, maar heeft niet altijd genoeg inkomen om stijgende lasten gemakkelijk op te vangen. Een gezin met twee inkomens kan daarom op papier financieel sterk lijken en toch iedere maand zorgvuldig moeten rekenen. Het boek benadrukt dat een hoger inkomen niet hetzelfde is als financiële zekerheid.
Ook sparen krijgt een belangrijke plaats. Een huishouden dat iedere maand precies rondkomt, maar niets kan reserveren voor een kapotte wasmachine, autoreparatie, ziekte of andere tegenvaller, is financieel kwetsbaar. Werkelijke financiële ruimte betekent daarom niet alleen dat de huidige rekeningen kunnen worden betaald, maar ook dat mensen een buffer kunnen opbouwen en zich kunnen voorbereiden op toekomstige kosten.
De auteur bespreekt daarnaast zelfstandigen, alleenstaanden, gezinnen, kosten van kinderen, reistijd en onverwachte financiële tegenslagen. Daarmee laat hij zien dat één algemeen koopkrachtpercentage nooit precies kan vertellen hoe een individueel huishouden ervoor staat. Persoonlijke omstandigheden zoals woonlasten, gezinssamenstelling, afstand tot het werk en opvangkosten kunnen grote verschillen veroorzaken.
De conclusie van het boek is niet dat werken niet meer loont. Meer werken en meer verdienen leveren meestal nog steeds extra inkomen op. Het probleem is vooral dat de afstand tussen bruto vooruitgang en voelbare vooruitgang groot en onduidelijk kan zijn.
Volgens de auteur moet het systeem daarom begrijpelijker en voorspelbaarder worden. Belastingen en toeslagen moeten geleidelijker op elkaar aansluiten en mensen moeten vooraf kunnen zien wat een extra werkdag werkelijk oplevert. Tegelijk moet beleid meer rekening houden met noodzakelijke kosten. De belangrijkste boodschap is eenvoudig: werken hoeft iemand niet rijk te maken, maar vooruitgaan moet wel daadwerkelijk nieuwe financiële ruimte opleveren.
Titel: De rekening van Nederland
Ondertitel: Waarom werken steeds minder lijkt te lonen
Auteur: Ties van Fenne
Jaar van uitgave: 2026
Eerste druk: 2026
Aantal pagina’s: 168 pagina’s
Genre: Opiniërende maatschappelijke en financieel-economische non-fictie
