Het kabinet bestuurt Nederland in de dagelijkse praktijk en bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Zij zijn verantwoordelijk voor verschillende onderwerpen zoals onderwijs zorg veiligheid financiën wonen klimaat en defensie. Het kabinet maakt plannen voert beleid uit en zorgt ervoor dat besluiten van de overheid worden uitgevoerd. De ministers vormen samen de ministerraad waarin belangrijke besluiten worden besproken. De minister-president is voorzitter van de ministerraad en heeft een belangrijke rol bij de samenwerking binnen het kabinet.
Wat doet het kabinet?
Het kabinet houdt zich bezig met het dagelijkse bestuur van Nederland. Ministers en staatssecretarissen maken plannen en nemen besluiten over onderwerpen die belangrijk zijn voor inwoners bedrijven en organisaties. Zij bereiden nieuwe wetten voor voeren bestaande wetten uit en maken plannen voor de inkomsten en uitgaven van de overheid. Het kabinet moet daarbij rekening houden met wetten afspraken en besluiten van het parlement.
Iedere minister heeft een eigen verantwoordelijkheid. Zo zijn er ministers die zich bezighouden met onderwerpen zoals onderwijs financiën defensie justitie buitenlandse zaken of sociale zaken. Een staatssecretaris krijgt meestal een deel van het werk van een ministerie toegewezen en is daar zelf politiek verantwoordelijk voor. Ministers en staatssecretarissen worden samen ook wel bewindspersonen genoemd.
Ministers en ministeries
Veel ministers zijn verantwoordelijk voor een ministerie. Binnen een ministerie werken ambtenaren die beleid voorbereiden onderzoek uitvoeren en helpen bij het maken en uitvoeren van nieuwe regels. Ambtenaren zijn geen politici en blijven meestal werken bij hun ministerie wanneer er een nieuw kabinet komt.
Een minister is politiek verantwoordelijk voor het beleid dat onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt. Wanneer er problemen ontstaan kan de Tweede Kamer de minister vragen om uitleg te geven. De minister moet dan kunnen vertellen wat er is gebeurd welke keuzes zijn gemaakt en wat er eventueel wordt gedaan om problemen op te lossen.
Sommige ministers hebben geen eigen ministerie maar zijn verantwoordelijk voor een bepaald onderwerp binnen een bestaand ministerie. Zij worden ministers zonder portefeuille genoemd.
De ministerraad
Alle ministers samen vormen de ministerraad. Hier worden belangrijke besluiten besproken die betrekking hebben op het beleid van het kabinet. De minister-president is voorzitter van deze vergaderingen.
Ministers bespreken in de ministerraad bijvoorbeeld nieuwe plannen wetsvoorstellen financiële besluiten en onderwerpen die meerdere ministeries raken. Het uitgangspunt is dat het kabinet gezamenlijk verantwoordelijk is voor het algemene regeringsbeleid.
Wanneer de ministerraad een besluit heeft genomen wordt van ministers verwacht dat zij het gezamenlijke beleid naar buiten toe verdedigen. Dit betekent niet dat ministers altijd dezelfde mening hebben tijdens de bespreking maar uiteindelijk moet het kabinet als één geheel kunnen optreden.
Staatssecretarissen zijn geen vaste leden van de ministerraad. Zij kunnen wel deelnemen wanneer een onderwerp wordt besproken waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
De minister-president
De minister-president wordt ook wel de premier genoemd en is voorzitter van de ministerraad. De minister-president zorgt ervoor dat het werk van verschillende ministers goed op elkaar wordt afgestemd en speelt een belangrijke rol bij het algemene beleid van het kabinet.
De minister-president vertegenwoordigt Nederland ook regelmatig bij internationale bijeenkomsten en overleggen met andere regeringsleiders.
De minister-president is niet simpelweg de baas van alle andere ministers. Iedere minister blijft verantwoordelijk voor zijn of haar eigen beleidsterrein. Wel heeft de minister-president een belangrijke coördinerende en politieke rol binnen het kabinet.
Controle door de Tweede Kamer
Het kabinet bestuurt Nederland maar wordt gecontroleerd door het parlement. Vooral de Tweede Kamer heeft hierbij een belangrijke taak.
Kamerleden kunnen vragen stellen aan ministers en staatssecretarissen en hen uitnodigen voor een debat. De Tweede Kamer kan ook informatie opvragen over besluiten plannen en problemen binnen een ministerie.
Ministers en staatssecretarissen moeten verantwoording afleggen over hun beleid. Hierdoor kan de Tweede Kamer controleren of het kabinet zijn werk goed doet en of gemaakte afspraken worden nagekomen.
Wanneer een meerderheid van de Tweede Kamer geen vertrouwen meer heeft in een minister of staatssecretaris kan dat grote gevolgen hebben. Volgens de Nederlandse politieke regels wordt verwacht dat een bewindspersoon opstapt wanneer het vertrouwen van een meerderheid van de Tweede Kamer ontbreekt.
Het kabinet en nieuwe wetten
Het kabinet speelt een belangrijke rol bij het maken van wetten. Veel wetsvoorstellen beginnen bij een minister. Ambtenaren en juristen helpen vervolgens bij het voorbereiden van het voorstel.
Een wetsvoorstel wordt niet direct een wet. Eerst wordt het voorstel besproken en gecontroleerd. De Raad van State geeft over veel wetsvoorstellen advies voordat ze naar het parlement gaan.
Daarna behandelt de Tweede Kamer het voorstel. Kamerleden kunnen vragen stellen veranderingen voorstellen en uiteindelijk voor of tegen stemmen. Wanneer de Tweede Kamer akkoord gaat wordt het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer gestuurd.
Ook de Eerste Kamer moet ermee instemmen. Het kabinet kan nieuwe wetten dus niet zelfstandig invoeren. Daarvoor is samenwerking met het parlement nodig.
Het kabinet en de begroting
Het kabinet maakt ieder jaar plannen voor de inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid. Deze plannen worden vastgelegd in de rijksbegroting.
Daarin staat hoeveel geld de overheid verwacht binnen te krijgen en hoeveel geld wordt uitgegeven aan bijvoorbeeld onderwijs zorg politie defensie infrastructuur en sociale zekerheid.
De minister van Financiën heeft een belangrijke rol bij het maken van de begroting maar alle ministeries leveren hun eigen plannen aan.
Het parlement behandelt de begrotingen en moet ermee instemmen. Daardoor heeft het kabinet niet zelfstandig de vrijheid om onbeperkt overheidsgeld uit te geven.
Hoe ontstaat een kabinet?
Na verkiezingen voor de Tweede Kamer wordt onderzocht welke politieke partijen met elkaar kunnen samenwerken. Partijen voeren gesprekken over onderwerpen waarop zij het eens zijn en onderwerpen waarover verschillen bestaan.
Wanneer partijen besluiten samen te werken maken zij afspraken over het beleid dat zij willen voeren. Daarna worden ministers en staatssecretarissen gezocht die verantwoordelijk worden voor de verschillende onderdelen van het beleid.
Wanneer het nieuwe kabinet is gevormd worden de ministers en staatssecretarissen benoemd en beëdigd. Daarna kan het kabinet officieel aan het werk.
Een kabinet hoeft niet altijd vier jaar te blijven zitten. Wanneer partijen niet meer met elkaar kunnen samenwerken of wanneer er onvoldoende politiek vertrouwen bestaat kan een kabinet vallen. Daarna kan een nieuw kabinet worden gevormd of kunnen nieuwe verkiezingen nodig zijn.
Kabinet en regering
Het kabinet en de regering betekenen officieel niet hetzelfde.
Het kabinet bestaat uit de ministers en staatssecretarissen. De regering bestaat uit de Koning en de ministers.
Staatssecretarissen horen dus wel bij het kabinet maar niet bij de regering.
In het dagelijks taalgebruik worden de woorden kabinet en regering soms door elkaar gebruikt. Voor een goed begrip van de Nederlandse politiek is het belangrijk om het verschil te kennen.
Het kabinet samengevat
Het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen en bestuurt Nederland in de dagelijkse praktijk. Het maakt plannen voert beleid uit bereidt wetsvoorstellen voor en maakt samen met de ministeries de begroting van de rijksoverheid.
De ministers vormen samen de ministerraad en de minister-president is daarvan de voorzitter. Ministers en staatssecretarissen worden gecontroleerd door het parlement en moeten uitleg geven over hun beleid.
Het kabinet kan niet alles zelfstandig beslissen. Voor nieuwe wetten en overheidsuitgaven is samenwerking met het parlement nodig.
Het belangrijkste verschil om te onthouden is eenvoudig. Het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen. De regering bestaat uit de Koning en de ministers.
Wil je verder lezen over hoe de overheid in elkaar zit? Ga terug naar de uitleg over de overheid.
