Wat gebeurt er na de verkiezingen?
Na de verkiezingen stopt het democratische proces niet, maar begint er juist een nieuwe fase. De stemmen moeten officieel worden geteld, de uitslag wordt vastgesteld en gekozen volksvertegenwoordigers nemen hun zetel in. Bij landelijke verkiezingen, zoals voor de Tweede Kamer, volgt daarna vaak een periode van verkenning en formatie, waarin partijen onderzoeken welke coalitie mogelijk is en wie het land gaat besturen.
Vaststelling van de uitslag
Direct na de verkiezingsdag worden de stemmen per stembureau geteld. De voorlopige uitslag wordt meestal dezelfde avond nog bekendgemaakt, maar de officiële vaststelling kost meer tijd. Gemeenten controleren de processen-verbaal van de stembureaus, corrigeren eventuele fouten en sturen de uitkomst door naar een centraal niveau. Daar wordt opnieuw gecontroleerd of alle cijfers kloppen en of de verkiezing volgens de regels is verlopen. Pas daarna wordt de definitieve uitslag vastgesteld en bekendgemaakt.
Bij die definitieve uitslag wordt ook berekend hoeveel zetels elke partij krijgt. Dat gebeurt op basis van het aantal geldige stemmen en het kiesstelsel dat van toepassing is, bijvoorbeeld evenredige vertegenwoordiging. Partijen die niet genoeg stemmen halen, komen niet in het parlement of de raad. Soms is er ook sprake van voorkeursstemmen, waardoor een kandidaat lager op de lijst toch in aanmerking kan komen voor een zetel.
Gekozen vertegenwoordigers en toelating tot het parlement
Als duidelijk is welke kandidaten zijn gekozen, volgt de formele toelating. De namen van de nieuwe leden worden openbaar gemaakt en er wordt gecontroleerd of zij aan alle wettelijke voorwaarden voldoen, zoals leeftijd, nationaliteit en het ontbreken van functies die niet te combineren zijn met het lidmaatschap van het parlement of de raad. Ook wordt gekeken of zij de benoeming aannemen of dat ze afzien van hun zetel.
Vervolgens leggen de gekozen vertegenwoordigers een eed of belofte af. Daarmee verklaren zij onder meer dat zij de Grondwet en de wetten zullen respecteren en hun werk naar eer en geweten zullen doen. Vanaf dat moment kunnen zij officieel deelnemen aan debatten, stemmen over voorstellen en hun controlerende taak uitoefenen.
Verkenning en formatie van een nieuw bestuur
In veel parlementaire democratieën is het gebruikelijk dat na de verkiezingen een verkenner of informateur wordt aangewezen. Die persoon voert gesprekken met de verschillende partijen om te onderzoeken welke mogelijke coalities er zijn. Daarbij wordt gekeken naar de uitslag van de verkiezingen, inhoudelijke overeenkomsten en de bereidheid om samen te werken.
De verkenningsfase is bedoeld om helder te krijgen welke combinaties van partijen een meerderheid kunnen vormen en of daar politiek draagvlak voor bestaat. Op basis daarvan kan een formatieopdracht worden gegeven: partijen gaan dan onderhandelen over een gezamenlijk regerings- of bestuursprogramma en over de verdeling van de belangrijkste posten.
Coalitieonderhandelingen en bestuursakkoord
Tijdens de coalitieonderhandelingen bespreken partijen hun plannen op tal van beleidsterreinen, zoals zorg, onderwijs, veiligheid, klimaat, economie en wonen. Vaak liggen hun verkiezingsprogramma's niet volledig op één lijn. Daarom moeten partijen compromissen sluiten en gezamenlijke doelen formuleren. Dat proces kan relatief snel gaan, maar kan ook maanden duren als de verschillen groot zijn.
De afspraken worden vastgelegd in een coalitieakkoord of bestuursakkoord. Daarin staat welke richting het nieuwe bestuur uit wil gaan, welke maatregelen prioriteit krijgen en hoe die ongeveer worden gefinancierd. Het akkoord geeft houvast voor de komende bestuursperiode, maar laat vaak ook ruimte om in te spelen op onverwachte gebeurtenissen en nieuwe ontwikkelingen.
Benoeming van bestuurders
Als de coalitieonderhandelingen zijn afgerond, volgt de benoeming van de bestuurders. Bij landelijke verkiezingen gaat het om ministers en staatssecretarissen, bij provinciale verkiezingen om gedeputeerden en bij gemeenteraadsverkiezingen om wethouders. De coalitiepartijen maken afspraken over wie welke portefeuille krijgt, bijvoorbeeld financiën, onderwijs of klimaat.
De benoeming verloopt volgens vooraf vastgestelde procedures en regels. Bestuurders leggen net als de volksvertegenwoordigers een eed of belofte af. Vaak treden vertrekkende bestuurders officieel af zodra de nieuwe worden benoemd, zodat er een duidelijke overgang is van oud naar nieuw bestuur.
De rol van parlement en oppositie
Na de formatieperiode gaat het normale parlementaire werk van start. De coalitiepartijen steunen in principe het programma van het nieuwe bestuur en werken mee aan de uitvoering daarvan. Tegelijkertijd behouden de gekozen vertegenwoordigers hun eigen verantwoordelijkheid: zij kunnen het bestuur controleren, vragen stellen en voorstellen beïnvloeden, ook als dat soms spanning oplevert met het coalitieakkoord.
De oppositie heeft een belangrijke tegenmachtfunctie. Partijen die niet meebesturen, kunnen alternatieve plannen presenteren, kritiek uiten en het debat aanscherpen. Zij proberen kiezers te laten zien welke politieke keuzes er zijn en kunnen bij bepaalde onderwerpen toch samenwerken met coalitiepartijen. Zo ontstaat een dynamisch samenspel tussen bestuur en parlement, waarin meerderheden per onderwerp kunnen wisselen.
Overgang naar een nieuw bestuur
De overgang naar een nieuw bestuur is vaak geleidelijk. Terwijl de formatie nog bezig is, gaat de dagelijkse besluitvorming gewoon door met een demissionair of aftredend bestuur. Dat neemt in de regel geen ingrijpende nieuwe beslissingen, maar zorgt er wel voor dat de overheid blijft functioneren en belangrijke diensten doorgaan.
Zodra het nieuwe bestuur is aangetreden, presenteert het zijn plannen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een regeringsverklaring, een collegeprogramma of een beleidsagenda. Het parlement of de raad gaat daarover in debat en kan het bestuur aanspreken op de gemaakte afspraken. Daarna volgt de uitvoering, waarbij steeds opnieuw verantwoording moet worden afgelegd.
Korte samenvatting
Na de verkiezingen begint een traject van tellen, controleren, onderhandelen en benoemen. Eerst wordt de uitslag officieel vastgesteld en krijgen partijen hun zetels toegewezen. Gekozen volksvertegenwoordigers worden toegelaten, leggen een eed of belofte af en nemen plaats in het parlement of de raad. Daarna volgen verkenning en formatie, waarin partijen zoeken naar een bestuurlijke samenwerking en afspraken maken over het beleid. Pas als er een coalitieakkoord ligt en bestuurders zijn benoemd, is het nieuwe bestuur echt van start. Het parlement, met daarin zowel coalitie als oppositie, blijft daarbij de centrale plek waar besluiten worden genomen en de regering of het bestuur wordt gecontroleerd.
