Na verkiezingen onderzoeken partijen welke samenwerking mogelijk is. Tijdens de formatie maken partijen afspraken over beleid en verdelen zij ministersposten voordat een kabinet wordt benoemd. Dit proces verloopt volgens vaste stappen, waarin zowel de Tweede Kamer als de beoogde regeringspartijen een rol spelen. Hieronder lees je stap voor stap hoe de vorming van een kabinet in Nederland doorgaans verloopt.
1. Verkiezingsuitslag: startpunt van de kabinetsvorming
De vorming van een kabinet begint met de uitslag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Alle stemmen worden geteld en omgezet in zetels. Partijen die veel zetels halen, vergroten hun invloed op de vorming van een nieuw kabinet. In Nederland is het vrijwel onmogelijk dat één partij een meerderheid van de zetels haalt. Daarom zijn meestal meerdere partijen nodig om samen een regering te vormen. Dit heet een coalitie.
Na de officiële vaststelling van de uitslag bepalen partijen hoe zij zich opstellen. Sommige partijen willen graag meeregeren, andere kiezen er bewust voor om in de oppositie te blijven. Ook eerdere ervaringen in coalities, verkiezingsbeloften en onderlinge verhoudingen spelen hier een rol.
2. De verkenning: wie kan met wie samenwerken?
Kort na de verkiezingen start de verkenning. Een of meer verkenners voeren gesprekken met de lijsttrekkers van alle partijen die in de Tweede Kamer zijn gekozen. Het doel is om te onderzoeken welke combinaties van partijen samen een stabiele meerderheid kunnen vormen en bereid zijn om met elkaar te onderhandelen over een regeerakkoord.
De verkenner brengt in kaart welke partijen elkaar uitsluiten, welke partijen elkaar juist opzoeken en welke thema’s gevoelig liggen. Aan het einde van de verkenningsfase schrijft de verkenner een verslag. In dat verslag doet hij of zij een voorstel welke partijen het beste verder kunnen praten over de vorming van een kabinet, en op welke manier dat kan gebeuren.
3. De informatie: inhoudelijke onderhandelingen over beleid
Op basis van het verslag van de verkenner wijst de Tweede Kamer doorgaans een informateur of meerdere informateurs aan. De informateur krijgt de opdracht om te onderzoeken of bepaalde partijen daadwerkelijk een regeercoalitie kunnen vormen. In deze fase verschuift de aandacht van mogelijke combinaties naar de inhoud van het beleid.
De informateur organiseert gesprekken met de beoogde coalitiepartijen. Zij bespreken grote thema’s zoals belastingen, zorg, onderwijs, klimaat, veiligheid en Europa. Partijen vergelijken elkaars verkiezingsprogramma’s en proberen tot gezamenlijke standpunten te komen. Dit gaat vaak stap voor stap: eerst op hoofdlijnen, later in meer detail.
Als de informateur concludeert dat partijen het op voldoende belangrijke punten eens kunnen worden, rapporteert hij of zij dit aan de Tweede Kamer. Soms lukt het niet om tot overeenstemming te komen en moet de informatie opnieuw worden opgestart met andere partijen of een andere samenstelling van gesprekken.
4. De formatie: afspraken vastleggen en posten verdelen
Als duidelijk is welke partijen samen een kabinet willen vormen, begint de eigenlijke formatie. Vaak wordt dan een formateur aangewezen. Dit is meestal de beoogde minister-president, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. De formatie heeft twee hoofddoelen: het vastleggen van gedetailleerde afspraken over beleid en het verdelen van de minister- en staatssecretarisposten.
De onderhandelaars werken in deze fase aan een concept-regeerakkoord. Daarin staat wat het nieuwe kabinet de komende jaren wil bereiken, hoe dat wordt betaald en welke keuzes daarbij worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan afspraken over de hoogte van belastingen, investeringen in infrastructuur, hervormingen in de zorg of wijzigingen in sociale uitkeringen.
Deze onderhandelingen kunnen lang duren, omdat partijen hun eigen verkiezingsbeloften willen terugzien in het akkoord. Tegelijkertijd moeten zij compromissen sluiten om tot een gezamenlijke lijn te komen. Pas als alle partijen die aan tafel zitten zich in grote lijnen kunnen vinden in het regeerakkoord, is de basis gelegd voor een nieuw kabinet.
5. Coalitieafspraken en controle door partijen
Als er een onderhandelingsakkoord ligt, moeten de betrokken partijen dit vaak nog goedkeuren. Dat gebeurt bijvoorbeeld op een partijcongres, tijdens een ledenvergadering of in de fractie van de partij in de Tweede Kamer. Partijleden en gekozen vertegenwoordigers kunnen het akkoord bespreken, vragen stellen en erover stemmen.
Pas wanneer de deelnemende partijen hun definitieve instemming hebben gegeven, zijn de coalitieafspraken echt rond. De gemaakte afspraken vormen vervolgens de leidraad voor het regeringsbeleid. Kamerleden van de coalitiepartijen voelen zich in de regel gebonden aan het akkoord, maar houden wel hun eigen verantwoordelijkheid om het kabinet te controleren.
6. Verdeling van ministersposten en staatssecretarissen
Tegelijk met of na het afronden van het regeerakkoord maken de partijen afspraken over de verdeling van de minister- en staatssecretarisposten. Meestal geldt: hoe groter een partij in de Tweede Kamer is, hoe meer posten zij krijgt. Ook speelt mee welke beleidsterreinen voor een partij belangrijk zijn. Een partij die veel nadruk legt op onderwijs, zal eerder streven naar het ministers- of staatssecretariaat van Onderwijs.
Partijen bepalen vervolgens wie zij voordragen als minister of staatssecretaris. Dat kunnen zittende bewindspersonen zijn, maar ook nieuwkomers uit de politiek, wetenschap, het bedrijfsleven of maatschappelijke organisaties. Kandidaten worden doorgaans gescreend op mogelijke belangenverstrengeling en op hun bestuurlijke ervaring.
7. Benoeming door de Koning en beëdiging
Als de namen van de beoogde bewindspersonen vaststaan en het regeerakkoord klaar is, volgt de formele benoeming. De Koning benoemt de ministers en staatssecretarissen bij koninklijk besluit. Vervolgens worden zij beëdigd. Tijdens de beëdiging leggen zij een eed of belofte af, waarin zij onder meer zweren of beloven de Grondwet en de wetten van het land te respecteren en hun taak trouw te vervullen.
Vanaf het moment van benoeming is het nieuwe kabinet officieel in functie. De ministers vormen samen de ministerraad, onder voorzitterschap van de minister-president. De staatssecretarissen ondersteunen de ministers op specifieke beleidsterreinen binnen een ministerie.
8. Regeringsverklaring en debat in de Tweede Kamer
Na de beëdiging presenteert de minister-president doorgaans de regeringsverklaring in de Tweede Kamer. In die verklaring licht hij of zij de hoofdlijnen van het regeerakkoord toe: welke doelen het kabinet heeft, welke grote keuzes zijn gemaakt en hoe het kabinet wil samenwerken met de Kamer en de samenleving.
Op de regeringsverklaring volgt een debat met de Tweede Kamer. Kamerleden kunnen vragen stellen, kritiek uiten en voorstellen doen. Aan het einde van het debat wordt vaak gestemd over moties. Hoewel er geen formele vertrouwensstemming vereist is, wordt het uitspreken van vertrouwen of wantrouwen in het kabinet in deze fase politiek zwaar gewogen.
9. Wat als de formatie vastloopt?
De weg naar een nieuw kabinet verloopt niet altijd soepel. Het kan gebeuren dat partijen er tijdens de informatie of formatie niet uitkomen. In dat geval kan de Tweede Kamer besluiten een nieuwe informateur of formateur aan te wijzen, andere partijen bij de besprekingen te betrekken of de opdracht te veranderen. In uitzonderlijke gevallen kunnen nieuwe verkiezingen nodig zijn als er geen werkbare coalitie gevonden wordt.
Dat de formatie soms lang duurt, hangt samen met de Nederlandse politieke cultuur van coalities en compromissen. Partijen proberen zowel hun kiezers recht te doen als met andere partijen tot een stabiel bestuur te komen.
Korte samenvatting
Samenvattend verloopt de vorming van een kabinet in Nederland in verschillende stappen. Na de verkiezingsuitslag verkennen partijen welke coalities mogelijk zijn. Vervolgens onderzoeken informateurs of partijen het inhoudelijk eens kunnen worden en werken zij aan een regeerakkoord. In de formatiefase worden de afspraken uitgewerkt en de ministersposten verdeeld. Daarna benoemt en beëdigt de Koning de ministers en staatssecretarissen, presenteert het kabinet de regeringsverklaring en debatteert de Tweede Kamer daarover. Zo ontstaat stap voor stap een nieuw kabinet dat verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van het land.
