Het klinkt daadkrachtig: wie na een afgewezen asielprocedure Nederland moet verlaten, zou kunnen worden overgebracht naar een zogenoemde terugkeerhub buiten Europa. Rwanda wordt daarbij opnieuw genoemd. Het idee is begrijpelijk. Als terugkeer naar het land van herkomst vastloopt, zoek je een andere oplossing. Maar wie de Britse ervaring bekijkt, ziet vooral hoe snel zo’n plan kan veranderen in een peperduur juridisch experiment.

Het Verenigd Koninkrijk probeerde het al. Vanaf 2022 werkte de Britse regering aan een constructie waarbij mensen naar Rwanda zouden worden overgebracht. Het plan werd jarenlang voorbereid, juridisch aangevochten, aangepast en opnieuw verdedigd. De rekening liep ondertussen stevig op.

Volgens het Britse Home Office was tot juni 2024 in totaal 715 miljoen pond uitgegeven aan het Rwanda-beleid en aan maatregelen rond de bijbehorende immigratiewet. Daarvan ging 290 miljoen pond rechtstreeks naar Rwanda. Nog eens tientallen miljoenen gingen naar vluchten, begeleiding, opvang- en detentiecapaciteit en honderden miljoenen naar andere uitvoeringskosten. Het resultaat? Onder het programma werden geen asielzoekers gedwongen naar Rwanda overgebracht. Vier mensen vertrokken vrijwillig. GOV.UK

Dat zijn cijfers waarbij je even twee keer moet kijken.

Nog voordat het systeem daadwerkelijk draaide, had de Britse National Audit Office al berekend hoe kostbaar het zou worden wanneer er wél mensen naar Rwanda zouden gaan. Naast honderden miljoenen aan vaste betalingen zou Groot-Brittannië 20.000 pond per overgebrachte persoon betalen. Daarbovenop konden de kosten voor behandeling, verblijf en integratie in Rwanda oplopen tot ruim 150.000 pond per persoon. National Audit Office (NAO)

Daarmee is overigens niet bewezen dat opvang in Nederland goedkoop is. Integendeel.

Volgens de Nederlandse overheid kost reguliere asielopvang gemiddeld 91 euro per persoon per dag. Noodopvang kost gemiddeld zelfs 184 euro per dag. Dat komt neer op ongeveer 33.000 respectievelijk 67.000 euro per jaar. Daar komen kosten voor politie, IND, juridische procedures en terugkeer nog bij. Rijksoverheid

Wie jarenlang in de opvang blijft terwijl procedures, beroepen en terugkeertrajecten elkaar opvolgen, kost dus veel geld. Het is volkomen redelijk om te vragen of dat sneller en efficiënter kan.

Maar daar zit precies het probleem met het idee van een terugkeerhub: het vliegtuig naar Rwanda laat de rechtsstaat niet op Schiphol achter.

Ook iemand die Nederland moet verlaten, houdt rechtsbescherming. Een terugkeerbesluit kan juridisch worden aangevochten. Daarnaast moet worden beoordeeld of overdracht aan een derde land in het individuele geval is toegestaan. Internationale regels blijven gelden, waaronder het verbod om iemand naar een situatie te sturen waar een reëel risico bestaat op vervolging, foltering of onmenselijke behandeling.

De Europese Unie heeft inmiddels wel een belangrijke stap gezet. Raad en Europees Parlement bereikten in juni 2026 een voorlopig akkoord over nieuwe terugkeerregels. Daarin wordt expliciet ruimte geboden voor terugkeerhubs buiten de EU. Maar daarbij staat eveneens dat afspraken alleen kunnen worden gemaakt met landen die internationale mensenrechtennormen respecteren, waaronder het non-refoulementbeginsel. Consilium

Met andere woorden: er komt mogelijk een nieuwe juridische route, maar geen juridische snelweg zonder afslagen.

En dus moet bij ieder nieuw Rwanda-plan een eenvoudige vraag centraal staan: wat levert het daadwerkelijk op?

Niet hoeveel mensen op papier voor vertrek in aanmerking komen. Niet hoeveel stoere persconferenties erover worden gehouden. Maar hoeveel mensen uiteindelijk daadwerkelijk vertrekken, binnen welke termijn en tegen welke totale kosten.

Want als Nederland honderd miljoen euro uitgeeft aan verdragen, gebouwen, beveiliging, vliegtuigen, ambtenaren en juridische procedures en uiteindelijk slechts enkele honderden mensen kan overbrengen, is de prijs per persoon enorm. Als procedures vervolgens jarenlang doorgaan, verdwijnen ook de beloofde besparingen op opvang.

Daar staat tegenover dat een terugkeerhub financieel wél aantrekkelijker kan worden wanneer duizenden mensen daadwerkelijk kunnen vertrekken en daardoor langdurige Nederlandse opvang wordt voorkomen. Bij drie jaar reguliere opvang praat je al snel over ongeveer 100.000 euro per persoon, nog los van andere overheidskosten. Bij noodopvang is dat bedrag veel hoger.

Daarom is een terugkeerhub niet vanzelfsprekend geldverspilling, maar evenmin vanzelfsprekend een besparing. Alles hangt af van uitvoering, juridische houdbaarheid en vooral schaal.

De Britse ervaring zou daarbij als waarschuwing moeten dienen. Daar werd eerst een spectaculair politiek plan aangekondigd en pas veel later werd zichtbaar hoeveel honderden miljoenen ervoor nodig waren. Uiteindelijk stonden tegenover die enorme uitgaven nauwelijks daadwerkelijke vertrekken.

Nederland en de EU kunnen proberen het juridisch slimmer te organiseren. Dat is legitiem. Maar voordat opnieuw grote bedragen richting Rwanda of een ander derde land gaan, hoort er één harde eis op tafel te liggen: volledige openheid over kosten, aantallen en juridische risico’s.

Want een terugkeerbeleid dat alleen op papier streng is, maar in de praktijk jaren procederen en honderden miljoenen euro’s oplevert, lost weinig op.

Dan hebben we geen terugkeerhub gebouwd.

Dan hebben we vooral een heel duur nieuw loket geopend.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *