Het kabinet wil scheefwonen aanpakken door huurders met hogere inkomens verplicht meer huur te laten betalen. Maar wat als je volgens de overheid te veel verdient voor je sociale huurwoning, terwijl een betaalbaar alternatief nauwelijks te vinden is? Nederland heeft een woningtekort van 384.000 woningen. Dat lossen we niet zomaar op met een hogere huur.

Je werkt hard, maakt promotie en krijgt eindelijk een beter salaris. Misschien heb je jarenlang moeten rondkomen van minder en ontstaat er nu wat financiële ruimte. Goed nieuws, zou je denken. Totdat je hoort dat je volgens de overheid eigenlijk te veel verdient voor de sociale huurwoning waarin je al twintig jaar woont. Je bent een scheefwoner geworden. Het kabinet wil dat je daarom verplicht meer huur gaat betalen. Verhuizen dan maar? Dat zou kunnen, als er tenminste een betaalbare woning beschikbaar is. En daar wringt het. Want een koopwoning is voor veel mensen nauwelijks bereikbaar en in de vrije sector betaal je al snel aanzienlijk meer. Je zit dus vast. Te veel verdienen om goedkoop te blijven wonen, maar te weinig om gemakkelijk ergens anders terecht te kunnen. Ondertussen staat een ander misschien al jaren op de wachtlijst voor precies zo’n sociale huurwoning. Twee mensen met een begrijpelijk probleem, gevangen in dezelfde vastgelopen woningmarkt.

Op 21 september maakte het kabinet bekend dat het scheefwonen in de sociale huursector wil aanpakken . Woningcorporaties zouden verplicht worden om bij huurders met een hoger inkomen jaarlijks een inkomensafhankelijke huurverhoging door te voeren. Afhankelijk van het huishoudinkomen gaat het om 50 of 100 euro per maand. Die verhoging kan ieder jaar opnieuw worden toegepast totdat de maximale huurprijs volgens het woningwaarderingsstelsel is bereikt. Op basis van inkomensgegevens uit 2024 zouden ongeveer 177.000 huishoudens hiervoor in aanmerking komen. Dat is zo’n acht procent van de sociale huurders. Overigens zijn dit nog plannen. Het wetsvoorstel moet begin 2027 in consultatie gaan. De mogelijkheid om hogere inkomens extra huurverhoging te geven bestaat al langer, maar woningcorporaties mogen momenteel zelf bepalen of zij daarvan gebruikmaken. Het kabinet wil die keuze veranderen.

Een hoger inkomen betekent nog geen andere woning

Op zichzelf begrijp ik de gedachte achter het voorstel. Sociale huurwoningen zijn in de eerste plaats bedoeld voor mensen die vanwege hun inkomen niet gemakkelijk elders terechtkunnen. Waarom zou iemand met een behoorlijk salaris jarenlang een relatief lage huur betalen, terwijl een starter, een alleenstaande ouder of een gezin met een bescheiden inkomen geen woning kan vinden? Die vraag verdient een serieus antwoord. Maar er is ook een andere kant. Een hoger inkomen betekent niet automatisch dat je toegang hebt tot een betaalbare koopwoning of een geschikte huurwoning in de vrije sector. Volgens de Huurmonitor van Pararius over het tweede kwartaal van 2026  betaalden nieuwe huurders in de vrije sector gemiddeld 1.882 euro per maand. Verhuurders verlangen doorgaans een bruto maandinkomen van ongeveer drie keer de huur. Bij die gemiddelde huurprijs komt dat neer op ruim 5.600 euro per maand. Het gaat hier om de via Pararius geregistreerde verhuringen, niet om het gemiddelde van alle Nederlandse huurcontracten. Toch laat het zien hoe groot de financiële stap naar een andere huurwoning kan zijn.

En dan komt de vraag die mij vooral bezighoudt: wat verandert er eigenlijk wanneer iemand honderd euro per maand extra gaat betalen, maar nergens anders terechtkan? Die huurder blijft gewoon zitten. De woning komt niet vrij en de wachtlijst wordt er niet korter van. Natuurlijk kan een hogere huur sommige mensen ertoe bewegen om alsnog te verhuizen. Maar daarvoor moet wel een aantrekkelijk en betaalbaar alternatief bestaan. Ook de Woonbond uit kritiek op de verplichte huurverhoging . Volgens de huurdersorganisatie is doorstromen voor veel mensen geen reële mogelijkheid. Bovendien kan de huurverhoging ook worden toegepast wanneer de huurprijs al boven de sociale huurgrens ligt. De Woonbond pleit onder meer voor bescherming bij inkomensdaling. Het kabinet wil de verhouding tussen inkomen en huurprijs verbeteren; de Woonbond vreest dat huurders vooral met hogere woonlasten worden geconfronteerd. Dat zijn twee verschillende perspectieven op hetzelfde probleem.

Waar blijven de woningen?

Misschien moeten we daarom niet alleen kijken naar wie er in een sociale huurwoning woont, maar vooral naar waarom zoveel mensen niet kunnen verhuizen. Nederland kampt met een enorm woningtekort. Volgens de officiële berekening van het woningtekort  ontbreken er in 2026 ongeveer 384.000 woningen. Dat is een statistische indicator van de spanning op de woningmarkt. Achter dat cijfer gaan mensen schuil die hun leven niet kunnen inrichten zoals zij dat zouden willen. Jongeren die noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen. Gezinnen die uit hun woning zijn gegroeid. Ouderen die best kleiner willen wonen, maar geen geschikte woning in hun vertrouwde omgeving kunnen vinden. En huurders die misschien wel willen doorstromen, maar financieel geen kant op kunnen.

Het kabinet presenteerde op dezelfde dag gelukkig ook een actieplan met vijftig maatregelen om de woningbouw te versnellen . Het wil onder meer vergunningprocedures verkorten, gemeenten extra ondersteuning bieden en de bouw van betaalbare woningen stimuleren. Volgens het kabinet duurt het ontwerp- en vergunningstraject momenteel gemiddeld acht jaar. Het doel is om die doorlooptijd in 2030 te kunnen halveren. Daarnaast wordt tot 2035 zeven miljard euro beschikbaar gesteld voor de bouw van betaalbare woningen. Ook moet er meer ruimte komen voor middenhuur. Die plannen zijn relevant voor precies de mensen over wie we het hebben. Want juist tussen de sociale huursector en de dure vrije sector bevindt zich een groep die moeilijk een passende woning kan vinden. Of de maatregelen daadwerkelijk voldoende nieuwe woningen opleveren, zal de komende jaren moeten blijken.

Het kabinet wil overigens ook het vermogen meewegen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Iemand kan immers een betrekkelijk laag inkomen hebben, maar tegelijkertijd over aanzienlijke financiële reserves beschikken. De gedachte daarachter is dat sociale huurwoningen beschikbaar moeten blijven voor huishoudens die daarop zijn aangewezen. Hoe de vermogenstoets er precies uit gaat zien, moet nog worden uitgewerkt. Maar ook hier geldt dat een financieel plaatje op papier niet altijd de volledige werkelijkheid van een huishouden vertelt. Een alleenstaande, een gezin met drie kinderen en een ouder echtpaar kunnen bij een vergelijkbaar inkomen heel verschillende woonmogelijkheden hebben. En iemand die twintig jaar geleden een sociale huurwoning kreeg toegewezen, kon onmogelijk voorspellen hoe de woningmarkt zich zou ontwikkelen.

Een woning is meer dan een rekensom

Wat mij betreft raakt deze discussie aan iets groters. We hebben van wonen steeds meer een rekensom gemaakt. Je inkomen, je vermogen, je huurprijs en de vraag of je volgens de regels wel in de juiste woning woont. Natuurlijk zijn regels nodig om schaarse woningen eerlijk te verdelen. Maar een huis is meer dan een bedrag op een huurcontract. Het is de plek waar je kinderen zijn opgegroeid, waar je buren wonen en waar je misschien al tientallen jaren een bestaan hebt opgebouwd. Tegelijkertijd mogen we de mensen die nog helemaal geen woning hebben niet vergeten. Ook zij verdienen de kans om een eigen leven op te bouwen.

Ik begrijp de woningzoekende die zich afvraagt waarom iemand met een hoger inkomen nog altijd in een sociale huurwoning woont. Maar ik begrijp ook de huurder die meer is gaan verdienen en geen betaalbaar alternatief kan vinden. Die twee groepen tegenover elkaar zetten levert nog geen extra woning op. De overheid moet daarom kunnen uitleggen wat de voorgestelde huurverhogingen daadwerkelijk bijdragen aan de beschikbaarheid van woningen, naast de plannen om meer en sneller te bouwen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag wie meer huur kan betalen. Het gaat om de vraag of mensen daadwerkelijk een plek kunnen vinden waar zij kunnen wonen.

Je kunt een huurder wel meer laten betalen voor de woning waarin hij woont. Maar daarmee bouw je nog geen huis voor degene die buiten staat te wachten.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *