Results

#1. Welke drie soort uitspraken onderscheidt het hoofdstuk in politieke discussies?

#2. What is in de uitspraak “Deze maatregel kost 500 miljoen euro en is daarom onverantwoord” het politieke oordeel?

#3. Waarom zijn feiten volgens het studieboek noodzakelijk maar niet voldoende voor een politieke keuze?

#4. Wat moet je doen met een vage bewering voordat je haar controleert?

#5. Wat hoort bij ramingen en verwachtingen?

#6. Wat is bij een belangrijke claim meestal de beste eerste stap in broncontrole?

#7. Welke vraag hoort bij de vijf vragen aan iedere bron?

#8. Waarom maakt een duidelijk belang van de afzender een bron niet automatisch onbetrouwbaar?

#9. Waarom is het bij officiële statistiek belangrijk de methode en definities te bekijken?

#10. Wat zegt het hoofdstuk over economische doorrekeningen?

#11. Een aantal stijgt van 10.000 naar 12.000. Wat is de relatieve stijging?

#12. Een aandeel stijgt van 20% naar 25%. Hoeveel procentpunt is de stijging?

#13. Waarom kan de mediaan soms een ander beeld geven dan het gemiddelde?

#14. Waarom moet je bij geldbedragen uit verschillende jaren op inflatie letten?

#15. Wat kan een verticale as die niet bij nul begint doen?

#16. Waarom is “wat staat er op de begroting?” volgens het hoofdstuk niet altijd hetzelfde als “wat kost het maatschappelijk?”

#17. Welke twee verdelingsvragen moet je bij beleid stellen?

#18. Wat zijn alternatieve kosten?

#19. Waarom zijn niet alle baten eenvoudig in euro’s uit te drukken?

#20. Waarom maakt de tijdshorizon uit bij beoordeling van beleid?

#21. Uit welke onderdelen bestaat een redenering volgens het hoofdstuk?

#22. Wat betekent het dat een argument relevant moet zijn?

#23. Waarom moet je verborgen aannames zichtbaar maken?

#24. Wat is volgens het hoofdstuk verstandig bij het gebruik van de term “drogreden”?

#25. Waarom zoek je het sterkste tegenargument?

#26. Wat is framing volgens het studieboek?

#27. Waarom is selectie van informatie onvermijdelijk?

#28. Wat is een risico van korte titels, soundbites en videofragmenten?

#29. Welke woorden noemt het hoofdstuk als voorbeelden van woorden met ingebouwde beoordeling?

#30. Waarom moet je het gekozen vergelijkingspunt controleren?

#31. Wat is de eerste stap bij beoordelen of beleid werkt?

#32. Wat betekent doeltreffendheid?

#33. Wat betekent doelmatigheid?

#34. Waarom is uitvoering onderdeel van beleidskwaliteit?

#35. Waarom bewijst verbetering na invoering van beleid niet automatisch dat het beleid de oorzaak is?

#36. Wat is volgens het hoofdstuk de belangrijkste discipline voordat je een politiek oordeel vormt?

#37. Welke vraag hoort bij de tien vragen voor een politieke analyse?

#38. Waarom moet onzekerheid zichtbaar worden gemaakt?

#39. Wat betekent analyse van voorkeur scheiden?

#40. Welke drie zaken moeten volgens het hoofdstuk uit elkaar worden gehouden?

Previous
Finish